Een dood die je niet meer vergeet

Iemand verliezen die ervoor kiest niet verder te leven. Het zal je maar overkomen als familielid, vriend of vriendin, collega of professional. Bijna niemand kan zich voorstellen hoe je dit verlies ervaart en met welke vragen je achterblijft. Bijna niemand weet hoe je je voelt en hoelang zo’n gebeurtenis je leven kan blijven beïnvloeden.

Ook ik wist dat niet, toen ik betrokken raakte bij een herdenkingsbijeenkomst voor nabestaanden van suïcide. Deze bijeenkomst, Een dood die je niet meer vergeet, ontstond op initiatief van de Stichting Huis van de Mens Groot Amsterdam, het Humanistisch Verbond en de Coalitie van Betekenis tot het Einde, in samenwerking met de Protestantse Kerk te Amsterdam en het drugspastoraat Amsterdam.

Het is een bijzonder voorrecht, dat ik in deze samenwerking terechtkom. We beogen een programma samen te stellen dat een delicaat evenwicht kent tussen gesproken woord en muziek, tussen stilte en beweging, tussen individueel beleven en saamhorigheid ervaren, tussen ondergaan en participeren.

En ín deze afwisseling zoeken we naar een passende plaats voor ritueel, in de juiste vorm en de juiste functie. Het is een spannende en mooie zoektocht; elke suggestie of voorstel brengt immers weer andere vraagstukken met zich mee.

‘Kunnen we deelnemers vragen een betekenisvol voorwerp mee te nemen?’

Een eigen object meebrengen maakt het ritueel buitengewoon persoonlijk. Maar wat doe je vervolgens met het voorwerp? Neerleggen op een tafel, waardoor het tijdens de herdenking niet meer te zien is? Vasthouden, zonder dat het een specifieke rol toebedeeld krijgt? En hoe (on)gemakkelijk voelt dat in een bijeenkomst met onbekenden, zeker als je niet goed weet wat er met dat beladen voorwerp zal gebeuren? We wikken en wegen, werken scenario’s uit en zien er tenslotte vanaf.

‘Kunnen we mensen bij binnenkomst een kaars laten aansteken of een steen laten uitzoeken, die hun overleden naaste symboliseert?’

Een symbool is een mooie manier om de overledene tijdens de herdenking dicht bij je te hebben. Maar hoe steek je een kaars aan als je ook een jas, een kop koffie en een programmaboekje in handen hebt? En waar blijft die steen? Leg je hem op tafel met een handgeschreven boodschap, of werp je hem in het IJ? In een broekzak hoort een symbolisch voorwerp niet thuis. Bovendien komen we in de knel met de afronding – de brandende kaars of de steen achterlaten die jouw dierbare symboliseert is misschien een akelig idee. Ook dit plan wordt verlaten, al hebben de kaars en de steen zich vastgezet in ons rituele brein.

‘Wanneer is het teveel? Wanneer is het te weinig? Hoe doen we iedereen recht?’

Centraal thema in de bijeenkomst is levensvuur. Zo komen we in het ontwerpen van ritueel toch weer terecht bij het ontsteken van kaarsen. Cliché? Jazeker. Maar ook een krachtig, universeel en herkenbaar gebaar, dat in al zijn eenvoud houvast kan geven. Bovendien steken we niet zomaar een kaarsje aan; we bouwen ter plekke een gezamenlijk levensvuur op volgens een zorgvuldig uitgedacht patroon.

De herdenking vindt plaats op een prachtige dag in de Amsterdamse Tolhuistuin. Buiten is het koud en zonnig, binnen ademt de Tuinzaal veiligheid en warmte. Er wordt contact gemaakt, of juist niet. Elke stoel die we hebben klaargezet, is bezet. Vrijwilligers zijn zichtbaar en onzichtbaar op hun post om te zorgen dat alles op rolletjes verloopt. Geen mens, geen detail ontsnapt aan hun aandacht.

Bij aanvang van de bijeenkomst ontsteken we een diepblauwe bolkaars: de kern van het vuur, daar waar de vlam het heetst is. Deze kaars vormt het hart van het levensvuur op deze middag. We horen ervaringsverhalen en er is muziek: Harry Stevens schreef het stuk Heet mij Licht speciaal voor een vriend die door suïcide uit het leven stapte. De fluitiste in het ensemble is zichtbaar zwanger. Zoveel leven, ongegeneerd in aantocht! Prachtig.

Op muziek volgt stilte, die verbroken wordt door het uitspreken van namen. Menselijke stemmen weerklinken: luid, stil, snel, langzaam, met tussenpozen, geclusterd. Voor tientallen mensenlevens steken we een spiraal van rode devotielichtjes aan, die ontspringt vanuit de bolkaars.

Er klinkt een verstild gedicht, en tenslotte wordt er uit volle borst gezongen. Zing, vecht, huil – hier, in het samen zingen, komt alles bij elkaar. Na afloop komen de deelnemers naar voren om zélf een kaars aan te steken: gele lichtjes, de buitenste ring van het levensvuur, waar ze met deze handeling zelf even deel van uitmaken.

Rondom de vuurcirkel hebben we ruwe, dooraderde vuursteentjes geplaatst. Hun vormen en kleuren zijn afwisselend, grillig als het leven zelf. Daar waar de kaarsen ophouden, nemen de stenen het levensvuur over. Na het aansteken van hun eigen kaarsje nemen de deelnemers een vuursteen mee. ‘Wisselgeld’, noemden we dit in de voorbereiding. Je laat vuur achter én je draagt het bij je.

Dan verplaatst het gezelschap zich van binnen naar buiten. Er zijn bomen, vogels, frisse lucht. In de tuin voltrekt zich een spectaculaire vuurshow op extatische muziek. Het vuur dwingt ontzag af. En terwijl het langzaam begint te schemeren overdenk ik onze rituele keuzes.

Sta jij ook wel eens voor rituele keuzes? En welke afwegingen maak je daarbij? Laat het me weten!

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.